27 november 2012

Verzamelen


De verzamelwoede die ik zie bij m’n oudste zoon herken ik in enige mate, ware het niet dat hij tot de gelukkige soort behoort die z’n verzamelingen compleet krijgt, in tegenstelling tot wat ik te verduren heb gekregen in mijn jongere jaren. (Met dien verstande dat het toen ik een kind was een ander tijdperk was. Mijn ouders hadden geen Facebook waarop ze advertenties konden plaatsen met de vraag om stickertje numero 21 uit de Smurfenreeks, zodat m’n verzameling compleet zou zijn.) De superdierenkaartjes van Albert Heijn zijn nu (al) twee keer uitgebracht en zoonlief heeft beide edities van de verzamelalbums vol. Het is hem dit jaar zelfs gelukt om het boek van z’n broertje vol verzameld te hebben én een stapel dubbele dubbelen over te houden, waar hij als een tijger met grote scherpe tanden over waakt. Oh wee je gebeente als je er een kaartje uithaalt, want hij weet ook nog precies welke dubbele dubbelen hij heeft! Verder zweven er in ons huis alle ‘handjes’ van Bas van der Heijden, die ze uitbrachten tijdens het WK van 2010. Daar speelt hij nog dagelijks mee. Het heeft hem alle landen die mee deden leren kennen met hun bijbehorende vlaggen . Laat hem een ‘handje’ zien en hij weet welk land het vertegenwoordigt en kan dat land ook nog aanwijzen op de wereldkaart, die erbij geleverd werd en waarmee een heus voetbalspel kon worden nagespeeld. Ondertussen heeft hij met zijn ‘handjes’ zijn eigen spel verzonnen en heeft de placemat niet meer nodig. Die ligt te wachten tot er een keer een moment komt waarop de jongens zin hebben om te kleien, om dan écht te kunnen fungeren als placemat, hoewel ik betwijfel of die ook gekozen zal worden als ze ook kunnen kiezen uit placemats van Shrek, Mickey Mouse en één met een wilde dieren thema. Super de Boer, nu overgenomen door Jumbo en daarom aan het uitsterven, bracht ‘Webbies’ uit. Kleine poppetjes, die veel weg hebben van de ‘Wuppy’s’ uit mijn tijd. De eerste serie is compleet, de tweede serie mist er twee; de gouden Webbie en de Webbie met een iPod. Van de eerste zijn er honderd uitgebracht voor heel Nederland, van de Webbie met de iPod slechts veertig en als je die trof, dan kon je door het inleveren van die Webbie een echte iPod winnen. Zoonlief is er een tijdje ziek van geweest dat hij die serie niet compleet kon krijgen. Hij heeft ze toen allemaal in een zak gedaan en die staat te staan op zijn kamer in een kast. Hij kijkt er niet meer naar om, maar weggooien mag zeker niet!

Vroeger spaarde ik stickers. Ik had één manco: bij stickers lijkt het of ze gebruikt kunnen worden, maar dat was niet wat ik wilde. Ik wilde ze bewaren, bekijken en bedenken wanneer en bij wie ik ze zou gebruiken. Het fantaseren daarover was genoeg, want ik plakte ze niet. Dat vond ik zonde. Tegenwoordig spaar ik quotes. Ik struin op internet, zoek, kijk, lees en vind en sla degenen die me aanspreken op in een bestand op m’n computer. Soms deel ik ze, anderen bewaar ik voor het juiste moment en de juiste persoon. Het bestand neemt grote vormen aan. Toen ik er mee begon, dacht ik dat de naam 001 voldoende zou zijn, want in die vorm zou ik er 999 kunnen hebben in m’n verzameling. Nu denk ik dat ik er 0001 van had moeten maken, want ik ben bijna op de helft. Aan de andere kant: de huidige telling maakt me kritischer in het wel of niet willen opslaan van de bestanden. En… ik kan altijd een tweede map aanmaken, waar ik ze in bewaar.


 

Herinneringen aan Sinterklaas


Aan de eettafel, op een plek waar ik eigenlijk nooit zat, zat ik toen mijn moeder me vertelde dat Sinterklaas helemaal niet bestond. Er gebeurde van alles met me, maar ik betwijfel of ik dat heb laten zien. Vast niet. Ik herinner me vooral dat ik boos was. Misschien was ik te jong om het geheim van de verkleedpartij op dat moment al met me mee te dragen, misschien was ik bang dat er nu geen cadeautjes meer voor me zouden volgen, misschien wilde ik gewoon nog heel graag in Sinterklaas geloven, misschien voelde ik me jaren voorgelogen en misschien wel alles tegelijk.

Ik ben door m’n ouders altijd meegenomen naar de intocht van Sinterklaas, gezellig, met z’n vieren. Als het in het centrum van de stad niet lukte, dan lukte het wel op een andere plek. Ze zorgden ervoor dat we de sfeer konden proeven en onze handen op konden houden voor de pepernoten. Pakjesavond vierden we met buren en hun kinderen. Er is menigmaal een Sinterklaas thuis op bezoek geweest. Ik herinner me hoe gespannen ik me daarover voelde. Sinterklaas ‘zag namelijk alles’ en dat werd bevestigd door alles wat de beste man over mij tegen mij kon vertellen. Mijn magische denken ging in die Sinterklaasperiode met me aan de haal. Ik was bevreesd om mee te moeten in de zak naar Spanje, ik was opgetogen als ik iets aantrof in m’n schoen en ik was verrukt als de zak met cadeautjes aankwam.

Als zestienjarige verzonnen Barbara en ik een spel om de Sinterklaasavond met ‘niet gelovigen’ te vieren. We maakten twee speelborden, want we waren met veel, en die versierden we met afbeeldingen van Sinterklaas en zwarte Piet uit de stapels binnengekomen folders. We bedachten dat iedere deelnemer vijf kleine cadeautjes moest kopen als inzet tijdens het spel. Het leek op ganzenbord, maar dan net anders. Na een dag knutselen waren we trots op ons resultaat en toen we het die bewuste 5 december anno 1990 speelden, hebben we ons allemaal werkelijk helemaal rot gelachen! Onze eerste creatieve uiting na het versieren van koeienvlaaien was een regelrecht succes! Via mond op mond reclame is óns spel uitgegroeid tot één van de meest gespeelde spellen tijdens Sinterklaasvieringen. Jammer dat we er toen geen patent op hebben aangevraagd, anders waren we nu schat hemeltje rijk geweest, net als Sinterklaas himself…

Quote V

 
 
 
 

Een gids


Ik ben zoekende naar een gids. En sinds ik me dat realiseer, kom ik contact met mensen die me iets vertellen over mogelijkheden.

Het geloof bijvoorbeeld, zoals Laura me kort geleden vertelde.  Ze heeft door het volgen van een Bijbelstudie geleerd om te leven zonder te oordelen. Natuurlijk, het is oefenen geblazen en het lukt haar heus niet altijd. Maar een leven zonder opgefokte gevoelens, wat het volgens haar teweeg zou moeten brengen, lijkt me heerlijk. Mijmerend hierover vroeg ik me af hoe dat zou opgaan in mijn rol als opvoeder. Daarin wil ik niet oordelend zijn. Tegelijkertijd heb ik aan alle drie m’n jongens grenzen aan te geven, die wel degelijk als oordelend kunnen overkomen. Hoe zou het zijn om dat zonder oordeel in m’n houding te kunnen doen?

Of wat te denken van de training ‘Anders Leven’, waar Ingrid me over vertelde? Daarin staat het weglaten van de woorden nee en niet centraal, omdat juist die woorden energie vreten. Als ik een dag lang gevolgd zou worden met een videocamera (en dan met name op de maandag en de woensdag, als ik thuis ben met alle drie m’n jongens) en er zou een compilatie gemaakt worden van de keren dat ik nee of niet zeg, maak ik kans op een fragment in “De tv draait door” bij “De wereld draait door”, zó vaak zeg ik dat wél!

En dan is er nog de inbreng van Angelique. Zij heeft goede ervaringen met mediteren als manier om tot meer innerlijke rust te komen. We spraken over een boeddhistische afstammeling van de Dalai Lama die haar er les in heeft gegeven, over zijn gebrekkige Engels, over de retraites die ze twee keer heeft gehouden en over het bijzondere gevoel van het loslaten van al je gedachtes.

Dinand Woesthoff (de zanger van Kane) vertelde aan Mathhijs van Nieuwkerk geïnspireerd te zijn geraakt door de Indiase Deepak Chopra en verrek! De aanplakbiljetten voor zijn ‘show’ heb ik gezien en ook meteen weer van me afgezet. Hoewel ik de beste Dinand in z’n geheel niet aantrekkelijk vind, ook niet als hij zingt, hoorde ik wel hoe de woorden van Deepak hem geraakt hadden en dat raakte mij weer.

Ik geloof er in dat de gids die bij mij past vanzelf op mijn pad komt. Vier tegelijk is alleen een beetje teveel van het goede. De tijd zal het leren…

21 november 2012

Klassieke muziek


Ik ben een cultuurbarbaar als het om klassieke muziek gaat. Ik kan hooguit een paar klassieke uitvoerende artiesten opnoemen. Welke beroemde stukken ze gemaakt hebben, weet ik niet. Het interesseert me ook niet. Bij een popquiz kan ik Marilyn Manson herkennen, iets meezingen uit The Sound of Music of het verschil horen tussen dj Tiësto of Armin van Buuren. Als je de poedelprijs wilt winnen bij een klassieke muziekquiz kun je mij meenemen. Ik zal er uitzien of ik mijn uiterste best doe om op de juiste uitvoerende artiest en de titel te komen, maar de waarheid is dat ik daarin toneel zou spelen. Desalniettemin mag ik graag naar klassieke muziek luisteren. Radio 4 is een zender die ik opzet als ik alleen thuis ben en behoefte heb aan het geluid van violen, gemengd met piano en een vleugje klarinet. Een mooie stem er bij kan m’n huid in vervoering brengen door me kippenvel te bezorgen. And last but not least, klassieke muziek kan mijn emoties raken. Ik kan er als een jekko van gaan stofzuigen, omdat het me energie geeft, ik kan ook als een zombie op de bank gaan zitten en me huilend in mezelf keren. Saint Preux doet het allebei.

Vliegen


Als dertienjarige vloog ik voor het eerst. Met Martinair naar Mallorca. Mijn ouders namen ons mee op een tweeweekse vakantie naar het pittoreske dorpje Cala d’Or. Mijn broer en ik hebben de meeste tijd in en rond het zwembad doorgebracht. De vliegreis vond ik spannend, omdat ik niet wist wat ik me er bij voor moest stellen. Gevoelig op m’n oren als ik ben, was ik bang dat ik daar last van zou krijgen. M’n ouders hadden voorzorgsmaatregelen genomen en trakteerden ons tijdens de start op een zuurtje. Ik vond het een bijzonder geweldige ervaring. Vooral de start. Het landen voelt toch anders en minder indrukwekkend, want je stoel ingedrukt worden tijdens de start vind ik subliem. Vele vliegreizen volgden daarna. Heus niet zoveel als sommige zakenlui, die niets anders doen dan vliegen voor hun job, maar ook niet weinig voor een doorsnee mens.

Er is nog nooit iets ernstigs gebeurd met me tijdens een vliegreis. En gelukkig maar, want ik zou niet durven voorspellen of ik daarna ooit nog in een vliegtuig stap. Ik vind turbulentie al erg, laat staan dat ik ooit in een luchtzak terechtkom. Ik denk nu dat ik het hele vliegtuig bij elkaar krijs van angst. Ik denk dat ik daarna twee weken niet kan praten, omdat ik m’n stembanden tijdelijk aan gort heb geholpen. Ik denk dat ik in m’n broek plas. Of poep.

De nonchalance die ik had bij vliegen is verdwenen sinds ik moeder ben geworden. Het onbestendige gevoel wat sindsdien in me huist als ik aan zo’n vliegavontuur begin, belemmert me niet om er aan te beginnen, maar wat ben ik God dankbaar als ik weer veilig ben aangekomen. Iedere keer weer.

M'n tanden


Met mijn melkgebit was niets mis. Met m’n grote mensen tanden wél. M’n hoektanden stonden negentig graden gedraaid. Ik was veertien toen ik een beugel aangemeten kreeg. Het moeten happen in een bek vol gips herinner ik me nog goed, vanwege de kokhalzende neigingen die ik er van kreeg. De bezoekjes aan de orthodontist herinner ik me ook nog goed. Ik vond het een indrukwekkend pand en meneer Guis himself was misschien wel een goede tandkunstenaar, maar met zijn sociale vaardigheden was nogal wat mis. Hij kwam koud en ijzig over net als zijn instrumenten. En dan was er nog een vrouw die me meerdere malen geholpen heeft en keer op keer naar net gepelde sinaasappel rook. Met die geur drong zij mijn neusgaten binnen, terwijl ik daar met open mond lag te wachten op wat komen zou. M’n beugel heeft alleen bovenin gezeten. Van die donkergrijze plaatjes. Een buitenboordbeugel versnelde het proces van rechttrekken. Overdags deed ik ‘m niet in. Hey… ik was een puber en wilde er met al m’n jeugdpuistjes niet nóg lelijker uitzien dan ik toen al vond. ’s Avonds als ik ging slapen, deed ik die buitenboordbeugel wél in en deed ‘m dan een gaatje strakker dan zou moeten. De opgelopen achterstand van overdag trachtte ik op die manier in te halen. Het lijkt succesvol te zijn geweest. Ik was vijftien toen ik verlost werd van m’n beugel.

Drie jaar later zat ik weer bij de beste man. In drie jaar tijd waren m’n tanden weer behoorlijk scheef gaan staan. Ik had die onderneming niet ondernomen zonder garantie vonden ook mijn ouders, dus werd er opnieuw een beugel aangemeten. Alleen plaatjes dit keer en nog niet eens een jaar. Bij het verwijderen van die beugel kreeg ik een ijzeren draadje achter m’n tanden bevestigd. Dit zou moeten helpen bij het rechthouden van m’n tanden. Het draadje van boven (want voor de zekerheid hebben ze er onder ook één geplaatst) is al lang verdwenen. Het ging stukje voor stukje stuk. Uiteindelijk werd het in z’n geheel verwijderd. En pas sinds kort zie ik op foto’s terug dat m’n boventanden weer bewogen hebben. En pas nu ik dit schrijf, word ik me bewust van de acties die ik hierop ga ondernemen. Want… ik ben trots op m’n tanden en wil dat graag zo houden!

Contant of met een bankpasje?


Bijna al m’n uitgaven betaal ik met m’n bankpasje. Niet met een speciale reden, of zo. Het gaat gewoon zo. Ik heb nauwelijks contant geld in m’n portemonnee. Ja, wat kleingeld, waarmee ik m’n oudste zoon z’n zakgeld geef en op dinsdag en donderdag m’n soep van betaal aan Joke, de kantinejuffrouw van het reusachtige pand waar ik werk. Ik moet er altijd alert op zijn dat ik ergens in de week geld pin voor onze interieurverzorgster, want zij wil haar betaling graag contant ontvangen. Ik ben soms oprecht verbaasd als ik me in een winkel bevind waar niet gepind kan worden. “Bestaan ze nog?”, denk ik dan. Ja, is het antwoord. Ze bestaan nog. Het schiet me nu niet zo 1, 2, 3 te binnen waar dat het geval is, maar ik weet wel dat ik er wel eens kom en dat ik het zelfs klantonvriendelijk begin te vinden. Bij de overgang naar ‘pinnen’ kun je als zelfstandige onderneming best de boot gemist hebben, maar nu, zoveel jaren na dato, moet je met je tijd mee en hoort er een pinapparaat te staan. En terwijl ik dit schrijf, bedenk ik me dat het de dichtstbijzijnde schoenmaker is, die geen mogelijkheid tot pinnen biedt. Lastig, want heus niet alle reparaties kunnen betaald worden door het kleine beetje contante geld dat ik in m’n portemonnee heb zitten. En als dat bij mij zo is, dan zal dat bij anderen ook het geval zijn. Onhandig. Want dan moet je eerst naar een pinautomaat om contant geld te halen om vervolgens weer terug te lopen, misschien nog eens opnieuw in de rij te moeten wachten om vervolgens te kunnen betalen. Omdat híj de geur van contant geld zo aantrekkelijk vindt en dat boven al het leer en de lijm uit kan ruiken. Nog geen week geleden was ik bij hem. Ik moest een sleutel bij laten maken, want onze verzamelaar had er twee van de drie bewaard op een plek, waarvan hij niet meer kan bedenken waar het moet zijn. De beste schoenmaker hield een monoloog. Hij maakte oogcontact, wachtte op een hum hum van mij, of een bevestigende knik en voelde zich daardoor voldoende aangespoord om hetzelfde nog eens te vertellen, maar nu net met andere woorden. Hij was de brutaliteit van zijn klanten beu. Ze kunnen nauwelijks meer wachten, ze laten hem zijn werk niet afmaken, ze lopen soms geïrriteerd weg en het ergste van al: de mensen groeten hem niet meer. Ik weet wel hoe het komt. Hij komt zijn klanten óók niet tegemoet. Hij heeft geen pinautomaat.

19 november 2012

Een avondje alleen thuis


Als ik een avond alleen thuis ben (en dat ben ik vaker dan ik zou willen), dan verveel ik me geen moment. Ik neem me altijd voor om eerder naar bed te gaan dan normaal gesproken, maar alleen als er een verkoudheid in m’n holtes hangt of ik me écht afgepeigerd voel, lukt me dat ook. Anders vermaak ik me voornamelijk met m’n computer: schrijven aan de schrijfopdrachten, fotoalbums maken, Facebook, schrijven in de dagboeken van m’n kinderen, m’n begrafenisdocument bijwerken, notulen maken van de Ouderraadvergadering, stukjes schrijven voor de nieuwsbrief van de basisschool van m’n kinderen, e-mails beantwoorden of opstellen en ga zo maar door. Het gebeurt zelden dat ik er eens lekker voor ga zitten en een film opzet. Maar als ik dat doe, dan kies ik een tranentrekker, een romantische komedie, of een waargebeurd psychologisch verhaal. Een film waarvan ik weet dat mijn lief hem niet wil zien. Terwijl ik m’n avond alleen thuis vul, drink ik bakken thee. Ergens tussen negen en tien loop ik naar de koelkast voor een glas droge witte wijn, of, sinds kort, Prosecco. (Daarin heb ik trouwens ontdekt dat de bubbels vooral de eerste dag prominent aanwezig zijn. De tweede dag is het aantal tintelingen al enorm afgenomen. En op de derde dag is er geen koolzuur meer te bekennen. Voor een Prosecco mét een sprankelende smaak is het daarom raadzaam om de fles in één keer leeg te drinken, bij voorkeur samen met iemand die er ook van houdt!) Nog zeldzamer is het dat ik een avond alleen thuis vul met het lezen van een boek. Het werkt eigenlijk anders. Als er in mijn leven een boek voorbij komt, als ik begin met lezen én ik word gegrepen door het boek, dan voelt mijn man het of hij een paar avonden alleen thuis is, want dan doe ik niets anders dan lezen. Ik ga er helemaal in op. De computer met al haar facetten bestaat dan tijdelijk niet. Dan heb ik slechts één doel: het verhaal tot me nemen, tot aan de laatste bladzijde. Gelukkig voor mijn man lees ik snel. Heel snel. En gelukkig voor mijn eigen avondjes alleen thuis komen er niet zoveel boeken voorbij.
 

M'n sokken


M’n lievelingssokken koop ik bij Hema. Ze zitten lekker, omdat ze niet zoals sommige andere sokken, die ik in een opwelling of wegens geldgebrek bij Action, Zeeman of Big Bazar heb gekocht, naar beneden zakken gedurende de dag. Ik heb een hekel aan koude scheenbenen en die heb ik snel met afzakkende sokken. Als ik zo’n kwalitatief slecht paar aan heb, zoals nu, hijs ik die zodra het kan over m’n comfortabele joggingbroek heen. Het sein dat dit kan, wordt gegeven als ik me niet meer aan anderen dan mijn man, m’n kinderen en intimi hoef te vertonen. (Zie je mij in m’n meest ontspannen kleding, dan betekent dit dus iets voor de mate waarin ik je tot mijn intimi beschouw!)

Het is niet eens zo gek lang geleden dat ik nieuwe sokken kocht. Twee van m’n lievelingsparen vertoonden na zeker zes jaar intensief gebruik een gat ter hoogte van m’n grote teen. Zodra ik dat merk, moeten m’n sokken uit. Ik houd niet van sokken met gaten aan m’n voeten. In tegenstelling tot mijn man. Ik zie hem soms lopen met sokken, waar meer gat dan stof in zit. Ik zou het niet kunnen. Hoe dan ook, ik was aan nieuwe sokken toe. Ik zag een paar met een groene sticker. Geen idee wat het betekende voor de prijs, dat merkte ik pas bij de kassa. En ik zag een pak met vijf paar sokken voor zes euro. Aan de stof zag ik dat ze me als gegoten zouden zitten, dus ik nam ze mee. Ik bedwong mezelf om verder de winkel in te lopen. Bij Hema heb ik nogal snel de neiging om met allerhande andere spullen dan het strikt noodzakelijke bij de kassa aan te komen. In een rechte lijn meteen door naar de kassa dus. Ik moest even wachten op een vrouw, die voor de derde keer om een fotoalbum kwam en opnieuw de teleurstelling te verwerken kreeg dat haar bestelling nog steeds niet binnen was. Enige compassie van de caissière bespeurde ik niet en ik zag de irritatie bij de vrouw groeien. Ik leefde met haar mee, maar werd hiervan afgeleid toen ik aan de beurt was. Ik was benieuwd wat dat paar met die groene sticker me zou kosten. Ik had met mezelf afgesproken dat het niet duurder mocht zijn dan twee euro. Ik kon m’n geluk dan ook niet op toen ik slechts één euro in het hippe moderne beeldscherm zag staan. “Dat zijnde mijne!”, dacht ik blij. Ik stopte met kijken naar het beeldscherm en hoorde kort daarna dat ik 9,25 euro af moest rekenen. Een rekenwonder ben ik niet, maar 1+6 lukt me aardig. Snel en adequaat zei ik dat dit niet klopte. Het prijskaartje boven de sokken meldde 6 euro en dat zei ik ook. Het nog ietwat onervaren meisje vroeg me of ik de sokken voor 8,25 wilde kopen. “Nee, ik wil ze voor 6 euro kopen!”, was mijn antwoord. Ze moest op onderzoek uit, deed dat ook en daarmee hield ik de inmiddels groter geworden rij op. Er ging als gevolg daarvan een andere kassa open. En daar meldde de caissière zich. Ze vertelde de meer ervaren verkoopster dat ik de sokken voor 6 euro wilde kopen, dat dat inderdaad boven de sokken hing en dat er zich nog meer sokken op de rij bevonden. Ik kreeg ze mee voor 6 euro. En ze zitten me toch lekker!!

Dat fijne uitje


Het was op 1 november 2011 prachtig mooi weer. Veel mensen zullen zich dat misschien niet zo exact kunnen herinneren. Je moet die dag iets bijzonders gedaan hebben, bij voorkeur buiten, om het op je harde schijf te hebben opgeslagen. Voor mij was het zo’n dag. Ik heb zonder jas en zelfs in een t-shirt met korte mouwen buiten in het zonnetje geluncht.

Over het algemeen voel ik me niet zo verbonden met mijn collega’s. Als beginnend professional heb ik daar een aantal missers in gemaakt. Ik noem een Nicky, of een Maja. Brigitte B. was ook zo’n type. Om over Ton de R. en Jack den B. maar te zwijgen! Als broekie heb ik enige tijd gedacht dat m’n collega’s m’n vrienden moesten worden. Met twee vriendinnen is dat inderdaad gelukt. Ik weet alleen niet of we nu nog vrienden geweest zouden zijn als we langere tijd collega’s waren gebleven.

In het team waar ik sinds 2005 werk, heb ik me nog nooit echt ‘thuis’ gevoeld. Ik voel me altijd het buitenbeentje. Het zwarte schaap. Degene voor wie mensen bang zijn, omdat ze mijn directheid zo’n afschrikwekkend wapen vinden. Het voelt of ik gedoogd word. Getolereerd. Niet geaccepteerd, of gewaardeerd.

En toen werd het 1 november 2011. We hadden een teamuitje. Met dat team waar ik me nog nooit echt op m’n gemak heb gevoeld. We gingen naar ‘De Efteling’ en het was een stralende dag. Het zonnetje hielp, maar wat ik vooral heel fijn vond, was dat we dat uitje als team hebben beleefd. We zijn niet in groepjes uiteen gegaan, nee. We zijn de hele dag, van tien uur ’s morgens tot half zeven ’s avonds bij elkaar gebleven. We hebben alle attracties met elkaar gedaan. En zo zat ik in ‘De Python’ naast Anneloes, die normaal gesproken m’n naam niet eens zou weten. In ‘De Vliegende Hollander’ zat ik naast m’n baas. In “Joris en de Draak’ zat ik naast Marjolein. In ‘De Halve Maen’ (beter bekend als ‘het schip’) zat ik naast m’n gedragsdeskundige Beata. ‘De Piranha’ beleefde ik met m’n hele basisteam. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

We bleven de hele dag met z’n allen bij elkaar. En ik hoorde er die dag eventjes wél bij.
 
 

17 november 2012

Unknown


… Ondertussen heb ik twee bakken thee, een grote kom Unox Erwtensoep en een Prosecco op. Ik zie dat er nog zeven opdrachten liggen te wachten. Holiemolie, wat heb ik lang niet geschreven! En holiemolie, wat zijn dat er nog veel om nu te doen! Het voelt wel goed er weer mee bezig te zijn. Het ratelen van de toetsen tegen de achtergrondmuziek aan ordent mijn gedachten. Het licht tintelende gevoel in m’n vingertoppen voelt vertrouwd. Tegelijkertijd blijf ik merken dat er al zoveel door me geschreven is en dat m’n moeite om een onderwerp als verjaardagen nog eens bij de hoorns te vatten en het nu in een ander jasje te gieten groot is. Om het zekere voor het onzekere te weten, ben ik zojuist door m’n document gescrold om te ontdekken of het klopt. En ja, het klopt. Over verjaardagen heb ik al drie keer eerder geschreven. Ik denk dat iedereen (die me kent en wellicht ook leest) wel weet hoe graag ik jarig ben, hoe graag ik het vier en hoe leuk ik het vind om cadeautjes te ontvangen. Dus neem ik opnieuw de vrijheid om die opdracht naast me neer te leggen en er iets anders voor in de plaats te plaatsen.

Ik ga op weg naar m’n tweede glas Prosecco. Ik ben tevreden.

Quote IV

 
 
 
 



M'n smaak


Zout!!

Met zoet heb ik steeds minder. Als kind was dat wel anders. Veel van m’n geld ging op aan het kopen van snoepgoed. Nu barsten de snoeppotten soms uit hun voegen, maar voel ik geen enkele verleiding om er eens ongegeneerd in te duiken en er iets lekkers uit te halen.

Met bitter heb ik eigenlijk alleen iets als het buiten heet is. Dan krijg ik trek in bier of in bitterlemon. Of in droge witte wijn of rosé, maar die tellen niet als bitter.

Met zuur heb ik ook niet echt een match. Heus, ik lust een augurkje hoor. Maar in een restaurant waar ik ‘m zelf op kan scheppen, laat ik ‘m links liggen.

Met kruidig heb ik niets. Dat doet zeer aan m’n oren.

Dus: zout!!

Soep, chips, toastjes, gerookte zalm, filet américain, camembert, kruidenkaas, uitgebakken spekjes (daar waar mogelijk) door de stamppotten, hartig broodbeleg en zo kan ik nog wel even doorgaan met het noemen van zoutige producten...

Oogst


“Dwaalt niet, God laat niet met zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten.”

Galaten 6:7

 
Ik kende deze tekst uit de Bijbel tot vanavond niet. Ik gebruik m’n eigen vorm: “Wie niet zaait, zal ook niet kunnen oogsten.” Ik ontdek nu dat de tekst uit de Bijbel een vriendelijkere toon heeft.

Ik heb de ervaring dat mijn opa’s en oma’s niet hebben gezaaid, in ieder geval niet in het contact met mij. Misschien had hun figuurlijke tuin prachtige walnotenbomen staan, waaruit zij de vruchten konden plukken. Als dat zo is, dan ben ik blij voor hen. Het maakt mijn waarneming dat ik die boom nooit gezien heb er niet minder om. Dit maakt dat ik naarmate ik ouder werd van mening ben geworden dat ik graag wil zaaien in het contact met mijn kinderen, hun toekomstige partners en hun eventuele toekomstige kinderen. De gedachte om later een leven te leiden zoals mijn oma nu (nog) leeft, maakt me bij voorbaat verdrietig en eenzaam. Dat wil ik niet. Dus zaai ik. Letterlijk in het voorjaar met mijn kinderen en figuurlijk iedere dag. Je kunt immers niet vroeg genoeg beginnen!

Dat belangrijke telefoontje...


Ik ben bang voor dat belangrijke telefoontje. Het komt op een dag, ik weet het, ik voel het. Wie ik aan de lijn heb, weet ik niet. Wat de boodschap zal zijn, weet ik ook niet. En toch weet en voel ik dat dat belangrijke telefoontje een keer komt. Het wordt zo’n gesprek wat ik me de rest van m’n leven zal kunnen herinneren, omdat de impact ervan tot aan die dag onvoorstelbaar was. Het wordt zo’n gesprek waarvan ik achteraf kan zeggen dat er een leven was vóór dat telefoontje en dat er ná dat telefoontje een ander leven begon. De boodschap van dit telefoontje kan van alles zijn. Dramatische gebeurtenissen zijn de gebeurtenissen die me angstig maken. Een auto-ongeluk van mijn man onderweg naar huis als gevolg van een hartstilstand, wat weer het gevolg is van zijn grote dosis van woede, irritatie en onmacht die hij dagelijks ervaart in het verkeer op weg naar huis. Een noodlottig ongeval waar één van mijn kinderen bij betrokken is. Of nog erger, alle drie. Paranoïde kan ik worden van de gedachte dat ik er niet eens bij zou zijn, maar mijn ouders of schoonouders in hun rol als oppas. Of het opduiken van ernstige ziektes bij mijn dierbaren? Ook niet iets om daaraan denkend in slaap proberen te vallen. Er komt er op een dag zo’n telefoontje…

Mijlpalen


In 1974 werd ik geboren, uitgerekend op m’n eigen verjaardag!?!!

In 1986 verliet ik de basisschool.

In 1994 behaalde ik mijn MBO diploma.

In 1997 behaalde ik mijn HBO diploma.

In 2000 was ik tien jaar samen met mijn lief.

In 2005 trouwde ik.

In 2005 werd m’n eerste zoon geboren.

In 2008 was ik tien jaar in dienst bij mijn werkgever.

In 2008 werd m’n tweede zoon geboren.

En in 2009 wilde ik scheiden. M’n grootste mijlpalen zijn dat ik nog steeds getrouwd ben en dat in 2011 m’n derde zoon geboren werd.

De pijn zat diep. Hoe kan het ook anders? Ik was zestien toen ik verkering met hem kreeg. We moesten ons allebei nog ontwikkelen tot volwassen mensen. Het ging goed, totdat we ook ouders werden. Over de vaderrol van mijn lief heb ik nooit iets te klagen gehad; ik ben trots op de kwaliteiten die hij hierin laat zien. Ik klaagde wel over de aandacht tussen hem en mij, want die was ver te zoeken. Ik dobberde alleen in m’n boot vol twijfels en zag scheiden uiteindelijk als het lang verwachte stuk land na maanden van omringd te zijn geweest door niets anders dan water. Op de dag dat ik dit ook hardop durfde te zeggen, veranderde ons leven voorgoed. Want: we raakten met elkaar aan de praat! Niet over de agenda van deze week, nee, over de essentie van onszelf in de aanwezigheid van de ander. We hebben elkaar goed kunnen verstaan. Ik ben dan ook trots tot in het diepst van mijn vezels dat we een nieuwe (vorm van) liefde hebben kunnen creëren en dat onze jongste zoon daar het levende cadeau bij is.

De vijand


Ik dank God op m’n blote knieën dat ik nog nooit ben blootgesteld aan ‘de vijand’. Hoe zou het zijn om te leven in een land waar oorlog heerst? Waar je bang bent voor wat er die dag kan gebeuren? Waar je – slechts kort – opgelucht adem haalt als het je gelukt is wat boodschappen in huis te halen? Waar je – slechts kort – opgelucht adem haalt als je ’s avonds als compleet gezin naar bed gaat? Ik kan me er eigenlijk geen voorstelling van maken. Ik kan deze dingen (en nog andere dingen) opnoemen, ik kan beelden beschrijven die ik ooit op het nieuws heb gezien en die indruk op me hebben gemaakt, maar dan nog… Met m’n inlevingsvermogen is niets mis, maar dit gaat m’n voorstellingsvermogen te buiten.

Ik leef gelukkig in een wereld zonder vijanden. Alles wat symbolisch een vijand zou kunnen zijn, zoals mijn eigen gedachten, staat in schril contrast met hoe het moet zijn om omringd te zijn door échte vijanden.

Quote III


Gespleten


Met een bak bosvruchtenthee naast me begin ik aan het inhalen van (een flink aantal) schrijfopdrachten. Terwijl ik bezig ben, zal ik waarschijnlijk nog twee koppen thee drinken en als het lang duurt, zal ik ook nog naar de koelkast lopen voor een glas Prosecco. Dat heb ik onlangs voor het eerst geproefd, bij Gerlinda thuis en de Prosecco smaakte me uitstekend, net als het gezelschap van haar. Wat een bijzonder mooi mens vind ik haar toch.

Op sommige momenten weet ik niet meer wat ik zal schrijven. Het voelt soms of alles al geschreven is, of dat sommige dingen die ik zou willen schrijven nog niet geschreven mogen worden, of dat het er niet meer toe doet wat ik schrijf, omdat ik nauwelijks nog te horen krijg dat ik gelezen word. Het bevlogene wat ik had, is verdwenen. De opdrachten lijken te vaak op onderwerpen die al eens eerder aan bod gekomen zijn en ik merk dat ik daar niet goed in ben. Het lukt me niet om het onderwerp ‘verjaardagen’ nog eens te beschrijven, maar dan anders. M’n fantasie heeft nog nooit hoogtij gevierd tijdens dit proces; ik putte uit eigen ervaringen. M’n inspiratie lijkt momenteel op een glas spa rood zonder bubbels, omdat de fles te lang met een te losse dop in de koelkast heeft gestaan.

En daar zit ik dan eventjes. Te mijmeren. En terwijl ik dat doe, pluk ik aan m’n haar en bestudeer het goed. Ik zie altijd wel een paar gespleten puntjes.

06 november 2012

De maand november




Een combinatie van herfst met winter

Vallende bladeren die dansen op de wind

Gevallen bladeren die wachten tot ze vergaan

Het ingaan van de wintertijd, de échte tijd

De eerste nachtvorst

Gladde bruggetjes op weg naar school

Een laagje ijs wegkrabben alvorens te kunnen rijden

Winterjassen tevoorschijn toveren

Op zoek naar de sjaals, mutsen en handschoenen

Tintelende tenen na een paar uur buiten op het voetbalveld

Onze start van het open haard seizoen

Stamppotten als avondeten

Het eerste rapport van het lopende schooljaar

De intocht van Sinterklaas

Plannen maken voor Kerst en Oud & Nieuw

Dit allemaal staat voor mij symbool aan de maand november

 


Hoe snel ik kan typen?


Het was in de zomer van 1987. We kampeerden (voor het eerst) met mijn tante in het Lingebos, vlakbij Gorinchem. Tijdens deze vakantie was ik jarig en werd ik dertien. Ik kreeg twee gigantische cadeaus: m’n eerste concertkaartje (David Bowie met ‘The Glass Spider Tour’ in De Kuip in Rotterdam) en een échte typemachine!! Dolgelukkig was ik er mee. Ik typte er op los en speelde dat ik boekhouder, juffrouw of schrijfster was. Dat deed ik al eerder, als ik tijdens vakanties met mijn vader mee mocht naar kantoor en daar dagen zoet kon zijn met typen op een elektrische typemachine. Een zomer later mochten mijn broer en ik kiezen of we op vakantie wilden, of een spelcomputer wilden. We waren unaniem: we kozen de spelcomputer, een Amiga 500. Vanaf dat moment kon ik met Wordperfect aan de slag. Al die tijd typte ik op een manier die ik mezelf aangeleerd had. Weer een jaar later kwam er vanuit school het aanbod om op typeles te gaan. Mijn vriendin Megin en ik gaven ons daarvoor op. Hoe lang die cursus geduurd heeft, kan ik me niet herinneren. Ik herinner me wel dat ik met plezier ging, dat ik het geweldig vond om met tien vingers te leren typen en dat ik mijn diploma haalde met twee negens en een tien (die laatste voor foutloos een tekst overtypen).

Ondertussen ben ik heel wat aanslagen per minuut verder. Ik typ veel en graag. Alle telefoontjes, persoonlijke gesprekken en e-mails moeten op mijn werk worden opgeslagen in een databestand. Ik moet Plannen van Aanpak, evaluaties en strafadviezen schrijven. Sommige collega’s hebben er geen zin in, die gaan liever de hort op dan dat ze achter hun computer kruipen om te typen. Ik niet. Hoewel ik het niet altijd makkelijk vind wát ik moet typen, heb ik aan het typen zelf geen hekel. Sterker nog! Ik zou het mijn hobby kunnen noemen. Voor alle drie m’n zoons houd ik een dagboek bij met allerlei wetenswaardigheidjes. Het brondocument voor mijn blog bevat op dit punt (hier, inclusief het woord hier) 112.288 woorden en 345 bladzijden. Hoeveel letters dat zijn en hoeveel aanslagen dat zijn, dat houdt het programma Word niet bij, maar dat het er ontiegelijk veel zijn, dat moge duidelijk zijn.

Het typen met tien vingers heb ik gaandeweg laten varen. Met mijn linkerhand gebruik ik drie vingers, met mijn rechterhand gebruik ik er twee. Ik kan wel blind typen – ik kijk nauwelijks naar m’n toetsenbord om te zien wat ik doe. Nee. Ik kijk naar m’n scherm en zie wat ik schrijf. Als ik zie dat ik een foutje maak, corrigeer ik dat meteen. Zodoende kunnen er in mijn teksten onbedoeld toch nog foutjes sluipen, omdat ik m’n teksten doorgaans niet meer corrigeer. Ik heb het vertrouwen in m’n kunsten terwijl ik typ en geloof in m’n typevaardigheid. En volgens mij ben ik daarin niet de snelste van iedereen, maar ik ben ook zeker niet langzaam.

31 oktober 2012

In this house

 
 
 
 
 




Groepen


Als ik terugdenk aan de groepsreis die mijn ouders samen met ons (mijn broer, man en mij) maakte, dan zou ik de voorzichtige conclusie kunnen trekken dat ik geen groepsmens ben. Niet alleen ik, ook mijn man, ouders en broer hebben zich tijdens die reis hoogst verbaasd en mateloos geërgerd aan het gedrag van medereisgenoten. Het was dat Hani zo’n leuke goed Engels sprekende Egyptische gids was, anders was die vakantie wellicht anders opgeruimd geweest in de herinneringskast. De twee keren die we daarna met elkaar nog naar Egypte gingen, organiseerden mijn ouders dan ook wijselijk anders: we werden met z’n vijven en zessen onze eigen groep.

Ik herinner me ook een vakantie met mijn man naar Isla Margherita, waar we deelnamen aan een excursie: een tour over het eiland. Als we van tevoren hadden geweten dat we in een bus vol toeristen gepropt zouden worden, hadden we een auto gehuurd en hadden we het eiland zelf ontdekt. We wisten het niet van tevoren en kwamen gevangen te zitten tussen een lading vol imbecielen. Mensen die binnen no time de grootste ‘vakantievrienden’ werden en met elkaar na een dag reizen op de foto wilden als herinnering aan een fantastische dag, die in onze beleving helemaal niet zo fantastisch was, want wat we vooral gedaan hadden was stoppen bij allerlei winkeltjes waar de plaatselijke bevolking gespekt werd door de aanschaf van typische Isla Margherita prullaria, ook wel souvenirs genoemd.

Reizen in een groep is zeker niet aan mij besteed.

Maar of ik nou helemaal geen groepsmens ben?

Sinds enige tijd bevind ik me in een vriendengroep. Ik geniet van de onderlinge interactie, ik verwonder me over de spontane nonchalance die er heerst en ik lach me een kriek als we met elkaar zijn. Ik zou onze ontmoetingen, die veelal gepaard gaan met wijn en lekkere hapjes, voor geen goud willen missen. Het geeft me het gevoel wat in de serie en film ‘Gooische Vrouwen’ werd belicht: saamhorigheid, vertrouwen, intimiteit en vooral ook heel veel lol. Geheimpjes, verhalen, gekke bekken trekken, lachen, huilen (soms van het lachen) en de verscheidenheid onderling ondertussen volledig accepteren.

De eerste en tevens laatste keer dat ik me hiervoor in een vriendengroep bevond, was tijdens m’n middelbare schooltijd, waardoor ik de voorzichtige conclusie durf te trekken dat ik van nature misschien niet echt een groepsmens ben. Het neemt niet weg dat ik het Ge-nie-ten! met een hoofdletter en een uitroepteken vind met Lot, Daan en Harm. Ik ga m’n kwaliteit groepsmens met hen gewoon ontwikkelen!

Vlees


Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik een vrij onnadenkend wezen ben als het gaat om vlees.

Ik koop geen biologisch vlees, omdat de prijs ervan hoger is dan van ander vlees. Ik denk niet na over het leven van een kip, een kalkoen, een varken, een koe of een paard voordat het tot stuk vlees werd geprepareerd. De beelden die Elma met me deelt via Facebook (voornamelijk bewustwordingscampagnes van Wakker Dier) negeer ik. En van de Partij voor de Dieren word ik kriegelig. Natuurlijk is het fijn dat er in de politiek aandacht besteed wordt aan de salmonellabacterie, de gekke koeien ziekte, plofkip en wat dies meer zij, maar ik eet er geen hap vlees minder om.

In ons huishouden wordt veelal kip of rundergehakt gegeten. Heel af en toe, ik denk zo’n twee keer per jaar, wordt er een biefstuk geserveerd. En verder eten we wel eens uitgebakken spekjes (in de andijviestamppot), verse worsten (bij de bloemkoolstamppot), hamlappen (in een goulash) en varkenshaas of stoofvlees (als m’n moeder zin heeft om ons te verwennen) .

Het broodbeleg is net zo gevarieerd (met een knipoog). Er ligt altijd gerookte kip- of kalkoenfilet, salami, gebraden sambalgehakt, grillworst, ham en leverworst in de koelkast. Als ik mezelf met vleeswaren verwen, trakteer ik mezelf op filet americain of tuinkruidenpaté.

Ik houd absoluut niet van vlees met viezigheid er aan. Speklappen zal ik m’n kinderen dan ook nooit kunnen leren eten, want ik zou er zelf van gaan kokken. Kipfilets hebben trouwens ook allerlei witte draadjes en bloedvaatjes in zich, die ik tijdens het koken wegsnijd. Voorheen waren onze katten Boomer, Baloo en Bruce dankbare genieters van dat afval, tegenwoordig gaat het de groene container in (en mis ik op die momenten de aanwezigheid van een kat om me heen).

Als kind moest ik alles eten. Ook speklappen. En bloedworst. Jek. Als ik daar nog aan denk, zie ik het ronde ding voor me, vol met grote witte zenen en opgeleukt met een schrijf ananas uit blik. Bloedworst met ananas tegelijk in je mond maakt het nog wel door te slikken, maar je begrijpt het, ook dat zullen mijn kinderen door mij niet voorgeschoteld krijgen. Net zo min als hart, nier en lever. Dan geef ik ze nog liever gebakken meelworm, of sprinkhanen uit de wok. Die ervaring heb ik zelf: lekker knapperig, een nootachtige smaak en geen vieze witte zenen aan het beestje. Een vreemd idee misschien, maar daar proef je niets van.
Ja.. ik ben een vrij onnadenkend wezen als het gaat om vlees. Ik kijk en proef vooral.

Nummer 300


Dit is de driehonderdste schrijfopdracht die ik krijg en schrijf. Wat vliegt het jaar voorbij! Het meedoen aan deze sessie maakt me bewust van de tijd, van mezelf, van m’n kunnen en tevens van m’n onzekerheden.

Gaandeweg ben ik het dagelijks schrijven meer en meer los gaan laten. Tegenwoordig spaar ik de opdrachten een beetje op en ga er dan gemiddeld eens per week voor zitten om ze uit te werken. In de tussentijd heb ik ook het lef gekregen om sommige opdrachten niet meer te doen en er geheel mijn eigen invulling aan te geven. De twee haiku’s en de twee quotes zijn daar recente voorbeelden van. De schrijfopdrachten liggen dan zo ontzettend op het vlak van wat ik niet leuk vind om te schrijven, dat ik ze naast me neer durf te leggen. En dat is een vrij nieuwe ontwikkeling. Over het algemeen ben ik trouw, volgzaam en autoriteitsgevoelig. Toen ik aan dit proces begon, had ik de overtuiging dat ik dagelijks moest schrijven, anders voldeed ik niet aan de criteria van de opdrachtgeefster. Hulde aan mezelf en m’n eigen ontwikkeling, want hoe begaan de opdrachtgeefster ook is, ik hoef niet trouw en volgzaam aan haar te zijn. Ik dien dat vooral te zijn aan mezelf!

Ik heb tot bijna nummer driehonderd moeten komen om deze essentiële ontdekking te doen én er naar te handelen. Alleen al daarom zal 2012 voor altijd een memorabel jaar voor me zijn. Het schrijven heeft me mede uit m’n diepe put gehaald. Hulde aan mezelf! En dank aan Barbara en Mia!

Be happy

 
 
 
 
 

24 oktober 2012

Souvenirs


Tijdens vakanties vind ik het geweldig om te struinen langs winkeltjes of markten. Het aanbod van onzin, prullaria en lelijkheid is gigantisch en daar kan ik ontzettend van genieten. Er zijn namelijk altijd mensen te vinden aan wie die junk te verkopen valt.

Heel veel souvenirs heb ik niet mee naar huis genomen. Voor mezelf dan. Voor anderen is het bijna komisch om met iets ‘typisch Frans, Turks of Grieks’ thuis te komen. Een reep chocola, een zeepje, een pot jam. Klein doch gemeend.

Het meest dierbaar zijn me (tot nu toe) de drie hagedissen, die we meenamen uit Menorca. De grootte van de beestjes varieert, gelijk onze kinderen. Tijdens die vakantie was ik zwanger van de derde en op die manier hebben we dat willen symboliseren met bij ons passende beestjes. Ze hangen aan de schuur, voor het mooi net iets te dichtbij een gekregen souvenir, een cicade van fel gekleurd aardewerk. Het ding is zó kitsch, dat ik ‘m alleen daarom al hilarisch vind. Degene die ‘m me gaf, is me dierbaar en daarom heeft ook die cicade een plek op de schuur. Er hangt zo’n zelfde beest van zeep op het toilet, ook gekregen. En verder valt het qua souvenirs wel mee in ons huis. M’n kinderen hebben de neiging overal spulletjes van mee te nemen. Een steen, een blaadje, een takje, een stukje plastic, alles wat hun ogen zien en wat ze als ‘waardevol’ beschouwen. Ik neem het allemaal aan, ik geef het een (tijdelijk) plekje in huis en ik ruim het buiten hun gezichtsveld op. Als ik dat niet zou doen, zou ons huis inmiddels dichtgeslibd zitten met prullaria. Aan hen zullen de marktkooplui in vakantieoorden later goede klandizie kunnen hebben!

Quote II

 
 
 

Verrassing


M’n mobiele telefoon vertoonde al een tijdje kuren. Als ik ‘m in de oplader stopte, stopte hij er mee. Zonder dat ik aan wat voor knop gezeten had, vloog hij uit en moest ik hem opnieuw opstarten. Annoying, want opstarten duurt eventjes. Niet veel later stopte de telefoon er ook zomaar opeens mee op andere momenten. De keer dat me dat tijdens een belangrijk gesprek gebeurde, raakte mijn geduld op. Ik ging terug naar de winkel waar ik ‘m gekocht had, beschreef mijn klacht en kreeg te horen dat dit een veelvoorkomend verschijnsel was bij dit toestel en dat ik er mee moest leren omgaan, want er kon niets aan gedaan worden. Ja, er was nog een foefje voor het niet zo snel leegraken van de batterij. Een app met een batterij besparende werking. Die app heb ik er natuurlijk op gezet, maar met een ontevreden gevoel ging ik op huis aan. Dezelfde avond plaatste ik een oproep op Facebook voor een andere telefoon. Niemand reageerde echter. En zo ging er dik een maand voorbij met strubbelingen in het gebruik van m'n mobiel.

Plots was daar een bericht van een collega, die me vroeg of ik nog geïnteresseerd was in een ander toestel. Dat was ik zeker! En na wat heen en weer geschrijf vond er op het politiebureau nota bene de overdracht plaats. Ik was de trotse bezitter van een heuse iPhone. Ik durfde mijn blijdschap thuis echter niet te uiten. Ik schaamde me. De koop was een luxe aangelegenheid, niet persé een noodzakelijke. De telefoon verdween op een geheime plek en ik bedacht plannetjes om ‘m langzaam te introduceren aan m’n lief. Dat mislukte…

Mijn lief heeft al zeven jaar dezelfde oude inmiddels gare Nokia. De problemen die hij heeft met zijn toestel overrulen die van mij ruimschoots. Hij bracht zomaar opeens ter sprake dat hij een iPhone wil gaan kopen. Zijn werkgever verspreidt alleen Samsung smartphones en nu hij gewend geraakt is aan het werken met de iPad bekostigt hij z’n telefoon zelf en kiest dus voor een iPhone. Ik reageerde daarop met de mededeling dat ik er dan ook één wilde.. euhm.. en dat ik er eigenlijk al één had. Hij reageerde zó enthousiast, dat ik daardoor verrast werd. Ik kon meteen al m’n schaamte laten gaan, hoewel ik hem wel heb uitgelegd hoe het voor mij geweest was. Ik zag hem voor het eerst in de hele mobiele telefoongeschiedenis geïnteresseerd zijn in een toestel van mij, in de mogelijkheden er van, in de lay-out en ga zo maar door. En dat had ik niet gedacht!

Herfstvakantie


Tussen de eerste schooldag na de zomervakantie en de huidige herfstvakantie zaten negen weken. M’n twee schoolgaande kinderen waren er aan toe. Hun vakantie begon al eerder door een vierdaagse trip naar Euro Disney, dat we cadeau kregen van m’n schoonouders vanwege hun veertig jarig huwelijk. De kids hebben alle drie zoveel beleefd, dat het maar goed is dat ze bij thuiskomst nog een week hebben om al die indrukken te verwerken. Want hemeltje, wat zijn ze moe! Heus niet alleen van Mickey Mouse, de parade en Pirates of the Carribean, ook van alles wat ze op school hebben moeten doen in de afgelopen periode. De oudste leert de tafels uit z’n hoofd en is met z’n gedachten al bij de tafel van 6,7, 8 en 9 terwijl de opdracht luidt dat hij binnen 3 seconden de antwoorden moet weten op de tafels van 1,2,3,4,5 en 10. Ondertussen houdt hij zijn eigen schema’s, lijstjes en verzamelingen bij. Hij lijkt wel een spons, zoveel informatie past er in z’n hoofd. De ander is bezig met contact maken en daarin grenzen aangeven. Er was een fase dat hij niet naar school wilde, omdat een jongetje uit zijn klas hem niet lag. Zijn weigering werd steeds groter, enfin… daar heb ik eerder al over geschreven (“Improviseren”). Gelukkig is het allemaal goed opgepakt door zijn juf, door mij en bovenal ook door hem zelf. Hij heeft de lessen over plagen en pesten goed in zich opgenomen en brengt het geleerde op school in de praktijk. Al met al kwam de herfstvakantie op het juiste moment.

In mijn eigen herfstvakanties ging ik negen van de tien keer logeren bij m’n nicht. We brachten de week door bij een knutselclub van de kerk, ergens in een clubgebouw aan het einde van de straat na één keer oversteken links. We zongen liedjes, we knutselden, we werden voorgelezen en we maakten ons op voor de grote finale: een lampionnenoptocht door de heemtuin achter het gebouw. We kregen iets te drinken en iets te snoepen – zacht zoete dropjes. Het gebeuren zal gelinkt geweest kunnen zijn geweest aan Sint Maarten. Ik herinner me dat dit feest in haar dorp gevierd werd. Bij ons niet. Maar of het ook echt zo was? Dat weet ik niet. Ik heb vooral de sfeer in me opgenomen, niet de feiten erachter; die interesseerden me toen al niet zo. Het was daar waar ik het lied “Is je deur nog op slot?” heb geleerd. Het was daar dat ik samen met m’n nicht de slappe lach kreeg om een groepsgenootje met een raar bewegende tong tijdens het praten en zingen. Het was daar dat ik voor het eerst met m’n eigen lampion heb gelopen. Kortom: herinneringen alom!

23 oktober 2012

Quote I

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Het gezin, vroeger en nu


De individualisering van de maatschappij heeft er voor gezorgd dat het gezin nu anders is dan vroeger. Jan Peter Balkenende heeft nog niet zo lang geleden getracht het gezin opnieuw ‘de hoeksteen van de samenleving’ te maken, maar werd uitgelachen, gehoond zelfs. Zijn verlangen terug te keren naar de positieve aspecten uit de jaren vijftig, waarin sociale controle een gemeen goed was, werd niet serieus genomen. Spijtig. Heel spijtig. Hoewel ik geen CDA-stemmer ben, vind ik wel dat hij gelijk heeft. Het zou prettig zijn als we met elkaar konden communiceren, zonder de aanwezigheid van een mobiele telefoon, een iPad of iets vergelijkbaars tussen ons en onze tafelgenoten in. Kijk eens goed om je heen! Zie hoe ouders met hun kinderen op pad zijn en hun kinderen niet zien of horen, omdat ze de laatste status van zichzelf op Facebook via hun mobieltje aan het bijwerken zijn. Hoor hoe de kinderen dreinen, zeuren en mekkeren als roep om aandacht. Kinderen willen gezien en gehoord worden. En wij willen het laatste nieuws van nu.nl lezen, we willen zien hoe vaak iets van ons op Facebook ‘ge-liked’ is, we willen nadenken over een goed woord met zoveel mogelijk punten in een spelletje Wordfeud. Het is triest gesteld met ons. Welk voorbeeld geven we onze kinderen hiermee? Zonder woorden zeggen we ze dat onze mobiele telefoon en al wat daarop te doen is belangrijker is dan de wensen, behoeften en verlangens van onze kinderen. Dat kan toch gewoon niet goed gaan? Dat gaat zich in de toekomst toch wreken? Om het nog niet eens te hebben over het aantal echtscheidingen en als gevolg daarvan de samengestelde gezinnen. Voelen we ons na een aantal jaren niet helemaal lekker in onze relatie? Ach.. dan breien we er toch gewoon een punt aan? Dan gaan we toch gewoon ieder onze eigen weg? En joh.. de kinderen zijn nog zo klein, die beseffen het niet, of die zijn zo wendbaar dat ze hier ook wel weer aan zullen wennen. De impact van een scheiding op het leven van kinderen wordt over het hoofd gezien. Iedereen die de loyaliteitstheorie van Nagy er op naslaat én die binnen laat komen in hun hart, zal zich nog eens twee of drie keer achter de oren krabben alvorens te scheiden. Helaas is het gros van de Nederlanders te dom, te egocentrisch of beiden om zich hierom te bekommeren. Het toekomstbeeld met de gezinnen van nu is dan ook somber. We geven verkeerde voorbeelden, terwijl we punten scoren met SongPop in het bijzijn van onze kinderen. We werken verslavingsgedrag in de hand, terwijl we een What’s App versturen in het bijzijn van onze kinderen. We zeggen ze dat relatieproblemen ophouden te bestaan als je besluit te scheiden. Maar is dat zo? Ik denk het niet. Zo lang je je problemen niet aangaat, zul je tegen dezelfde problemen aanlopen in een volgende relatie. En dan? Weer scheiden? Statistieken laten zien dat dit inderdaad vaak het geval is. Het is Jan Peter Balkenende een paar jaar geleden niet gelukt. Hij was z’n tijd ver vooruit. Hij zal later nog geroemd worden om zijn intenties. Over een aantal decennia zijn boeken als “Het drama van het begaafde kind” van Alice Miller en “De vijf talen van de liefde” van Gary Chapman verplichte kost voor ouders in spé. Ze worden overhoord door het consultatiebureau en moeten verplichte trainingen volgen als ze de inhoud van deze boeken niet tot zich (en hun opvoeding) hebben kunnen nemen. En zo worden we later teruggebracht naar vroeger. Ouderen van nu zeggen het al en ze hebben gelijk:

“Vroeger was alles beter!”