“Op een dag zei Nijntje Pluis
Ik heb een beetje pijn
M’n keeltje voelt een beetje raar
Wat zou dat kunnen zijn?
Ik weet het niet, zei moeder Pluis
Maar weet je wat ik doe?
Ik ga vandaag met jou maar eens
Naar onze dokter toe.”
Ik hoor de intonatie van de zinnen, de klemtonen en de melodie van de lettergrepen nog! Dit boek is door m’n moeder aan me voorgelezen, ter voorbereiding op het laten knippen van mijn amandelen. Ik was vier. Het is blijven hangen, omdat het behoorlijk veel indruk op me gemaakt heeft. Ik kan me herinneren dat ik wakker werd in de lift. Er stonden twee zusters naast m’n bed, die een verwonderde blik in hun ogen hadden. Ik heb ze horen praten, maar ik begreep niet wat ze zeiden. Ik kon wel bedenken dat ik op weg was naar de operatiekamer. Daar aangekomen, kan ik me herinneren dat mijn bed daarheen geduwd werd, dat er opnieuw volwassen-praat gepraat werd dat wel degelijk over mij leek te gaan, dat er een zwart kapje over mijn mond en neus werd gezet en dat ik de wereld toen zag draaien…. Op het moment dat ik ontwaakte, zag ik de spijlen van mijn bed. Ik lag op mijn rechterzij en ik zag een soort eierbakje. Dat bakje bleek ik al snel nodig te hebben. De narcose had effect op me gehad en dat moest mijn lijf uit. Bij het overgeven zat ook bloed en daar schrok ik van. Ik moest huilen en dat deed zeer aan m’n keel. Het recept, ijs eten, stond me wel aan. Het eerste ijsje dat ik kreeg, was een raket. Jammie!!
Vandaag de dag mag ik de smaak van een raket nog graag proeven. En als één van mijn kinderen voorgelezen wil worden uit een boek van Nijntje, doe ik dat op dezelfde melodieuze manier als mijn moeder…
“En toen zij wakker werd
zag Nijn de zuster bij haar staan
Die zei: jouw keeltje is weer klaar
Wat was dat snel gegaan!
’s Middags kwamen moeder Pluis en vader Pluis bij Nijn
Zij brachten een cadeautje mee
Nijn dacht wat zou dat kunnen zijn?
Het was een echte zusterpop
Hoi hoi, zei kleine Nijn
Ik vind het in het ziekenhuis toch wel een beetje fijn!”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten