Mijn achtste verjaardag was zonnig en warm, zoals zovelen van mijn verjaardagen. Mijn opa en oma kwamen, vergezeld met hun twee dochters, met een enorm grote doos aan. Niemand wist hoe dol ik op cadeautjes krijgen was, dus ik genoot in stilte. De spanning werd opgevoerd door me niet meteen naar de doos te laten rennen. Nee… ik moest er eerst eventjes op wachten, er even naar kijken, in me opnemen hoe groot die doos was. Dat werd bekrachtigd door de aanwezigen, die vol lol in hun stem me daarop attendeerden. Het moment brak aan dat ik naar de doos toe mocht. Hij stond op een enorme met koeienvacht beklede poef. Ik mocht hem openmaken… Direct was er teleurstelling. De doos bevatte geen cadeau zo groot als de doos, nee, het bevatte snippers papier, het moest een grabbelton voorstellen. Dat ik acht werd en dat grabbeltonnen dan als kinderachtig worden ervaren, dat werd niet bedacht; zij hadden vooral schik. Uiteraard grabbelde ik wel en toen mijn handen een groot zwaar cadeau voelden, was ik de hemel te rijk! Het was ingepakt in prachtig gekleurd cadeaupapier en ik kon mijn geluk niet op. Ik was zorgvuldig in het verwijderen van dat mooie papier, dat wilde ik zo netjes mogelijk doen, zodat ik het nog een keer kon gebruiken, desnoods voor een regenachtige knutseldag. De teleurstelling die ik zag wat er in dat cadeau zat, was immens. Ik huilde. Hard. Vreselijk hard. En ik werd uitgelachen. Door m’n opa en oma, door m’n twee tantes, door m’n ouders en ook door de rest die in de woonkamer zat en naar me keek. Niemand begreep me. Niemand begreep dat het krijgen van een baksteen (!!!) helemaal niet leuk was! Er werd me gezegd dat ik door moest grabbelen. Ik wilde niet meer. Dat hele kutcadeau kon me gestolen worden! Ik had het lef niet om tegen al die mensen te zeggen dat het me allemaal niet meer kon schelen, dat ze die baksteen in hun hol konden stoppen en linea recta naar huis konden gaan. Nee, ik was braaf en deed wat me gezegd werd. Er volgde weer een pakje, ongeveer dezelfde afmeting als het vorige cadeau, alleen dit keer veel minder zwaar. De verve die ik zojuist bezat, bezat ik niet meer. Ik scheurde het papier er af en zag een gloednieuwe blokfluit. Ik wilde zo graag een blokfluit… totdat ik ‘m op deze manier kreeg. Al mijn kinderlijke passie voor het willen leren bespelen van een instrument was als een baksteen voor de zon verdwenen. Het is ook nooit meer teruggekeerd…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten