De eerste persoon voor wie ik vriendschap voelde, is mijn lievelingsnicht. Onze moeders zijn zussen en we schelen een half jaar; zij is in de maand januari jarig, ik in de maand juli. Het klikte. Het klikt nog. Heel veel van mijn jeugdherinneringen zijn verbonden aan haar. Later, toen we ouder werden en niet meer iedere schoolvakantie plannen met elkaar maakten om bij elkaar te logeren, is onze contactfrequentie logischerwijs wel afgenomen. Heden ten dage is het zelfs belabberd gesteld met de keren dat we elkaar écht zien en spreken.
In de zevenendertig lentes die ik nu jong ben, heb ik heel wat vriendschappen beleefd. In sommige vriendschappen heb ik beschadigingen opgelopen – dat maakt dat ik niet zomaar iemand mijn vriendin noem. Sterker nog: als ik je mijn vriendin noem, dan kun je dat beschouwen als een eretitel.
Ik leef met de overtuiging dat vriendschappen komen en gaan, als golven. Vriendschappen komen op mijn levenspad als ik iets te leren heb van de persoon in kwestie en omgekeerd, vriendschappen verdwijnen als de lessen zijn geleerd. Op die manier kan ik terugkijken op vergane vriendschappen. Hoe diep sommige pijn ook is komen te zitten, dit helpt me het te relativeren.
Mijn huidige vriendinnenkring is klein – met drie opgroeiende kinderen heb ik minder tijd te besteden aan het onderhouden van m’n vriendschappen. Voor mij is dat een belangrijk aspect van vriendschap: het is niet de kwantiteit, maar de kwaliteit die van belang is voor ons contact. Als ik mijn vriendinnen ontmoet, wil ik graag contact hebben. Dat klinkt misschien raar, want.. het is makkelijk te denken dat er sowieso contact is als twee mensen elkaar treffen. Ik heb daar een genuanceerdere kijk op. Ik wil de ander zien, ik wil de ander horen en ik wil de ander voelen. Koetjes en kalfjes zijn er al genoeg.
Wandelend en mijmerend op mijn levenspad ontdek ik dat vriendschappen golven zijn, ze komen en ze gaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten