Een lekker plekje in
m’n huis vind ik de bank, die tegen de vensterbank aan staat. Het is pal op het
Zuiden en het wordt daar aangenaam warm. Wat dat aangaat, lijk ik soms op een
kat: zoekend naar warmte, het lekker vinden als de temperatuur stijgt en ik ga
spinnen als de zon op m’n huid terechtkomt.
Aangenaam vind ik het
ook altijd weer in m’n bed. De laatste tijd werd ik wakker met pijn in m’n rug.
Dat stoorde me wel. Ik zei het tegen mijn lief. Hij stelde voor om m’n matras
eens om te draaien en zo waar! Sinds dat gebeurd is, heb ik geen pijn in m’n
rug meer bij het ontwaken!
Een ander lekker
plekje vind ik de onderkant van m’n voeten. Of de binnenkant van m’n armen. Of
de haargrens in m’n nek. Als ik daar zachtjes gekriebeld word, ook dan ga ik
spinnen!
M’n wc kan ook een
lekkere plek zijn. Niets zo heerlijk als nodig moeten na het enige tijd op
hebben moeten houden en me dan ongegeneerd kunnen laten gaan. Ik kijk keer op
keer naar m’n paarse handdoek, die leuk kleurt bij de nep-lavendel links in de
hoek. Voor dat plantje liggen een aantal stenen, verzameld door m’n middelste zoon.
Daarnaast staat sinds een paar maanden een luchtverfrisser met detectie – bij bewegingen
gaat ‘ie af en spuit het een snufje fris
de wc in. Al met al maakt dat ik het daar stiekem gezellig vind!
‘And last but not
least’ – zodra het maar even kan, ben ik heel graag in de tuin. Onze tuin heeft
allerlei plekjes. Zonrijke, schaduwrijke, in en uit de wind liggende, in de
kijker of buiten het gezichtsveld van anderen. Al naar gelang m’n bui ben ik
waar ik me het prettigst voel. Meestal is dat op dezelfde plek als waar onze
kat is: spinnend in de zon!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten