Tijdens vakanties vind
ik het geweldig om te struinen langs winkeltjes of markten. Het aanbod van
onzin, prullaria en lelijkheid is gigantisch en daar kan ik ontzettend van
genieten. Er zijn namelijk altijd mensen te vinden aan wie die junk te verkopen
valt.
Heel veel souvenirs
heb ik niet mee naar huis genomen. Voor mezelf dan. Voor anderen is het bijna
komisch om met iets ‘typisch Frans, Turks of Grieks’ thuis te komen. Een reep
chocola, een zeepje, een pot jam. Klein doch gemeend.
Het meest dierbaar zijn
me (tot nu toe) de drie hagedissen, die we meenamen uit Menorca. De grootte van
de beestjes varieert, gelijk onze kinderen. Tijdens die vakantie was ik zwanger
van de derde en op die manier hebben we dat willen symboliseren met bij ons
passende beestjes. Ze hangen aan de schuur, voor het mooi net iets te dichtbij
een gekregen souvenir, een cicade van fel gekleurd aardewerk. Het ding is zó
kitsch, dat ik ‘m alleen daarom al hilarisch vind. Degene die ‘m me gaf, is me
dierbaar en daarom heeft ook die cicade een plek op de schuur. Er hangt zo’n
zelfde beest van zeep op het toilet, ook gekregen. En verder valt het qua
souvenirs wel mee in ons huis. M’n kinderen hebben de neiging overal spulletjes
van mee te nemen. Een steen, een blaadje, een takje, een stukje plastic, alles
wat hun ogen zien en wat ze als ‘waardevol’ beschouwen. Ik neem het allemaal
aan, ik geef het een (tijdelijk) plekje in huis en ik ruim het buiten hun
gezichtsveld op. Als ik dat niet zou doen, zou ons huis inmiddels dichtgeslibd
zitten met prullaria. Aan hen zullen de marktkooplui in vakantieoorden later
goede klandizie kunnen hebben!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten