Iedereen kent er wel één: een buitenbeentje. Iemand die net niet lekker ligt in een groep. Iemand die anders is dan anderen. Iemand die zich vaak wat stilletjes gedraagt. Iemand die het contact met de groep misschien wel mijdt.
Zo iemand ben ik niet. Ik pas er in. Het maakt niet uit waar. Als ik me bij het Openbaar Ministerie bevind en ik heb contact met parketsecretarissen en Officieren van Justitie, dan gaat het als vanzelf. Als ik een dag later voor een groep met alleen maar politieagenten sta, ook dan gaat het als vanzelf. Kom ik op een school en heb ik een afspraak met een directeur, een docent, of een leerling, het gaat als vanzelf. Ben ik hulpmoeder in de klas van m’n zoon, dan lijk ik op ‘De rattenvanger van Hamelen’, zo vanzelf gaat het. De kinderen drommen om me heen en proberen allemaal m’n aandacht op zich te vestigen. Op het schoolplein waar ik andere moeders tref, gaat het als vanzelf. In het gezin waar ik ben opgegroeid, ging het ook al als vanzelf.
Wat gaat er bij mij vanzelf en bij een buitenbeentje niet? Contact maken. Invoegen. Op het niveau van de ander gaan zitten. Met een kind wordt anders gepraat dan met een Officier van Justitie. Maar niet iedereen is daar goed in. Een dosis zelfvertrouwen, gecombineerd met bluf en lef, komt overigens ook wel van pas.
Ik kan me nog goed herinneren dat ik me in de zesde klas van de lagere school bewust werd van de omgangspatronen van ‘mijn’ klas. Sommige kinderen waren populair, er was de gewone groep en er was tenslotte de underdog. Ik kon met iedereen overweg. Een allemansvriend.
Natasja zat bij me in de klas en ze was veel te dik. Natuurlijk werd ze gepest. Ik vond dat naar voor haar en dom van de pestkoppen. Mijn moeder Therasa actie was contact zoeken met haar. Samen met haar en nog twee andere buitenbeentjes, Conny en Mariska, haar vriendinnen, hebben we geoefend op het nummer ‘STOP’ van de Dolly Dots. We hebben het opgevoerd tijdens een weekafsluiting. We hoopten dat het pesten van Natasja zou stoppen. Natuurlijk gebeurde dat niet. Ze maakte haar status als buitenbeentje waar door zonder dat afgesproken te hebben opeens met haar marionettenstok het podium op te komen en daarmee te gaan stunten. Dat was allesbehalve invoegen wat zij deed. En rotjongens blijven rotjongens, ook toen.
Nee. Ik was en ben geen buitenbeentje. Ik was en ben een ‘binnenbeentje’!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten