24 februari 2012

Een uitdrukking

“Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg!”

Met deze uitdrukking zijn mijn broer en ik grootgebracht. Voor hem is het wáár. Mijn broer is echt al gek genoeg als hij normaal doet. Want… als hij normaal doet, maakt hij schunnige, soms net niet kunnende grappen, brengt hij mensen daarmee soms in verlegenheid en heeft er zelf de grootste lol om. Ik mag zijn humor graag. En hoe vaak ik het ook al gehoord heb, ik blijf om hem lachen. Het woord ‘piemelworst’ blijft hilarisch, zeker aan tafel met familieleden. Weet iemand hoe mijn broer trouwens aan dit woord komt??? Nee?? Mijn moeder noemde het altijd zo!

“Het zal Jantje de Boer niet wezen?!”

Met deze uitdrukking zijn mijn broer en ik grootgebracht. Het gold voor hem. Hij was (waarschijnlijk mede veroorzaakt door z’n linkshandigheid) soms nogal klunzig. Hij stootte een glas melk om. Iedere dag. Hij morste met suiker als hij dat in zijn yoghurt deed. Hij knoeide. En telkens als hij zo’n onbedoeld foutje maakte, werd de uitdrukking gebezigd. Ik snap m’n broer wel; na dik tien keer hetzelfde gehoord te hebben, ga je je er gewoon naar gedragen. Self-fullfilling-prophecy. Een perfect coping mechanisme voor de oplopende spanning en het gevoel bekeken te worden. Mijn broer is zijn klunzigheid trouwens wel ontgroeid!! Hij heeft het gen onbedoeld overgedragen op zijn zoon, maar ik heb hem nog niet tegen zijn zoon horen zeggen dat ‘het Jantje de Boer weer eens niet zal wezen?!” Draak. Badmuts. Kip Siam. Dát wel!

“Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel!”

Met deze uitdrukking zijn mijn broer en ik door onze puberteit heen gerold. Het heeft onze ouders wel een paar jaar in de greep gehouden. Hoe waar de uitdrukking ook is, het weerhield ons er toentertijd niet van om creatief om te gaan met de waarheid. Ik kan me m’n eerste keer ‘liegen’ nog goed herinneren: ik spijbelde van school, was met m’n onnadenkende kop naar het lokale winkelcentrum gegaan en werd daar betrapt door m’n buurvrouw Els. Ze confronteerde me met mijn aanwezigheid daar op dat tijdstip. Ik was niet voorbereid op betrapt worden en stamelde wat. Voor haar was het zo klaar als een klontje: dit ging ze aan m’n moeder vertellen. Ook dat had ik niet bedacht. Toen ik thuiskwam, precies zo laat als ik geweest zou zijn als ik wél naar school was gegaan en door mijn moeder gezegd werd dat ze wist dat ik niet op school geweest was, werd ik opnieuw verrast. Ik was weer niet voorbereid. Stamelen kon ik niet meer. Ik huilde. Onophoudelijk. Een trauma kwam aan het licht, ik kreeg een andere schooltas en ik mocht naar mevrouw Stikkelbroek. Mijn creatief omgaan met de waarheid verbeterde, in die zin: het duurde langer voordat m’n leugens ontdekt werden. Als ik echter iets geleerd heb in m’n puberteit, dan is het wel dat deze uitdrukking niet verzonnen, maar wáár is!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten