Er was een tijd dat ik
allerlei moppen zó uit m’n mouw schudde en menigeen aan het lachen kreeg.
Grove, schunnige en vooral onverwachte moppen waren favoriet. Tegenwoordig zoek
ik naar kindvriendelijke moppen en lach ik om de zelfverzonnen mopjes van m’n
kinderen, ook als ze (helemaal) niet leuk zijn. Ik kan me voorstellen dat er in
de toekomst weer een tijd aanbreekt van grappen en grollen, waarin het grove,
schunnige en onverwachte wél weer kan, omdat m’n kinders dan de leeftijd hebben
bereikt waarop hun tere kinderoren niet meer beschermd hoeven te worden. Zodra
die tijd er is, zal de moppendoos onder het stof vandaan gehaald worden en
schud ik ze opnieuw uit m’n mouw. Het zal spannend zijn of onze humor op elkaar
aansluit, of niet. Mijn lief en ik lachen vaak om hetzelfde. Onze oudste houdt
nu van taalgrappen. Onze middelste lacht om gekke bekken en imitaties. En onze
jongste lacht om kiekeboe. Zullen we een gezamenlijke vorm van humor
ontwikkelen? Een gezinsgrap, die écht leuk is en niet stiekem op de één of
andere manier een sneer is naar één van ons? Ik hoop het. En zo niet, dan kan
ik altijd nog zeggen: “Ken je die mop van dat gezin zonder humor? Ze zochten
wel, maar het kwam niet.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten