Als ik eten voorgeschoteld krijg, wat te kruidig is, krijg
ik last van m’n oren. Gek, maar waar. Dat heb ik van kleins af aan. Het prikt,
het steekt en het kriebelt tegelijkertijd. Dat m’n mond behoefte krijgt aan
water of suiker merk ik ook, maar dat nare gevoel in m’n oren heeft de
overhand. Het blijft ook altijd even hangen. Het is niet zo dat ik na één hap
binnen een paar tellen van dat gevoel af ben, nee. Het is overigens ook niet zo
dat het erger wordt als ik meer happen naar binnen werk, nee. Het is er, ik
weet dat ik voor mij onacceptabel eten aan het eten ben en ik maak een keuze:
eet ik het op, of laat ik het staan? Meestal kies ik voor het laatste. De
laatste keer dat ik het deed, was toen mijn vader van de zaak zijn veertig
jarig jubileum met ons mocht vieren en we na een vaartocht in Giethoorn, het
Venetië van Nederland, een Indonesische lunch aangeboden kregen. Los van het
feit dat ik niets lekkers op m’n bord zag liggen, was de eerste hap saté te
kruidig voor me. Ik voelde m’n oren meteen. Op een manier die ik vandaag de dag
anders aan zou pakken, heb ik mijn bord opzij geschoven, wachtend tot dat
opgemerkt zou worden en pas toen dat het geval was, had ik de durf om te zeggen
dat ik graag een loempia wilde bestellen. Hoe Indonesisch dat gerecht van
oorsprong ook is, dat kunnen m’n oren wel aan. De bijgeleverde saus dan weer
niet, maar die heb ik ook helemaal niet nodig om een loempia lekker te laten
smaken.
Mijn kruidige smaak strekt zich uit van Nederland, naar
België via Frankrijk, Spanje en Italië. De meer exotische oorden zoals Mexico,
Brazilië en de ABC-eilanden kunnen mijn oren ook aan. Maar kip Tandoori uit
India is wel het hoogst haalbare als het om Aziatische kruiden gaat.
Gelukkig kook ik bijna altijd zelf!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten