23 september 2012

Improviseren


Afgelopen vrijdag liep ik helemaal vast met m’n improvisatietalent. Mijn middelste zoon en ik liepen de school in en terwijl we in de hal liepen, op weg naar zijn klaslokaal, zei hij tegen me: “Ik hoop dat ik niet naast Olivier zit.” Hij hing zijn jas op, pakte zijn brooddoos en drinkbeker aan, ging de klas in, zette z’n spulletjes op het aanrecht, keek naar zijn stoel en zei tegen me: “Ik wil niet naar school.” Ik ging op gelijke hoogte van hem zitten en vroeg hem wat er aan de hand was. Hij zat wel naast Olivier. Ik zei hem dat hier heus een oplossing voor te vinden is. Ik raadde hem aan om naar zijn juf te gaan en haar te vragen of zijn stoel verplaatst kon worden. Op mijn vraag of ik met hem mee moest gaan, antwoordde hij bevestigend. Samen gingen we naar de juf, maar van praten kwam het niet. Hij hing aan mijn arm in een poging me weg te krijgen van de juf. Drie pogingen van mij én de juf later stond ik op en vertrok. Hij omklemde mijn been en ging met me mee. Buiten de klas heb ik hem getracht over te halen met alles wat ik bedenken kon, maar niets hielp. Hij was niet van plan zich over te laten halen door mij. Ten einde raad belde ik mijn lief. Hij wilde zijn zoon wel spreken, maar ook dat weigerde hij. Omdat ik elders verwacht werd, heb ik tegen mijn zoon gezegd dat hij buiten de klas op een stoel kon gaan zitten, dat ik naar de afspraak ging en dat ik hem of op zijn stoel zou treffen als ik klaar was of niet en dan zou hij in de klas zijn.

Bij deze vorm van improviseren stond het zweet me op m’n rug. Ik voelde hoe de onmacht me in haar greep kreeg en hoe graag ik het weigerachtige gedrag van m’n zoon op een respectvolle manier voor hem wilde kantelen. Omdat ik hem niet zomaar bij kop en kont wilde pakken en hem hysterisch huilend de klas in wilde loodsen, heb ik het gedaan zoals ik het gedaan heb en hebben andere mensen zich om hem bekommerd. En hem uiteindelijk toch de klas in gekregen. Ik was voor m’n afspraak nog in de school en kreeg na een tijdje een duim omhoog als teken dat hij zat waar hij moest zitten.

Nee, als het om improviseren gaat, geef mij dan liever onverwachte eters. Als ik niets in huis heb voor het aantal mensen waar we mee zijn, dan sjees ik naar de beste Chinees van Dordrecht en omstreken en haal wat. Maar meestal knutsel ik iets, wat goed en dankbaar gegeten wordt. Het omgooien van m’n geplande werkdag vind ik ook wel een hoogstandje improviseren en hoewel het mijn voorkeur niet heeft, kan ik het wel. De gedachte “wat vandaag niet lukt, komt morgen wel” helpt me mijn losgelaten planning te relativeren.

Dat ik ondertussen meer bedreven ben geraakt in improviseren, komt door het lichtende voorbeeld van mijn lief. Ik ken niemand anders die zo ‘outside the box’ kan denken als hij. Hij weet oplossingen te bedenken, die ik niet voor mogelijk had gehouden. En dat is zijn kracht. Mijn oom zal zich er in herkennen; als hij mijn lief treft, praten zij over dingen, waar ik me (soms) geen voorstelling van kan maken. Als hij mij treft, praten we sinds dit jaar over mijn blog en wat verder ter tafel komt aan wissewasjes. Niets mis mee overigens. Het is zoals het is. Sommige mensen zijn gewoon meer bèta aangelegd dan anderen en dat zijn mijn lief en oom allebei. Geen wonder dat zij een klik met elkaar hebben. En ik? Ik oefen met improviseren door nu een creatief einde te breien aan dit stuk…
Einde.
Of wordt vervolgd?
Ik weet het nog niet.
Wat voelt nu goed?
Einde.
Oké. Einde dan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten