In de stad waar ik woon, vindt eens per jaar de zomerkermis
plaats. Als kind ben ik door mijn ouders ieder jaar weer wel een keer
meegenomen naar die kermis. De hele happening duurde niet lang; ik durfde niet
overal in en ook in het gulden tijdperk was de kermis al een dure
aangelegenheid. Het meest blij werd ik van de traktatie op een zuurstok van de
snoepkraam of van een suikerspin.
Naarmate ik ouder werd, ging ik met vriendinnen naar de
kermis. Het fenomeen bestond dan vooral uit struinen over dat terrein, kijkend
of we gezien werden. Soms namen we een duik in de breakdance, gilden onze
longen uit onze lijven om na afloop van de rit licht misselijk neer te strijken
bij de poffertjeskraam en daar een glas sinas te bestellen.
Nu ik ouder ben, neem ik m’n kinderen mee naar de kermis. Met
een vast bedrag in m’n hoofd laat ik ze kiezen wat ze willen doen. Het
standaard ritueel speelt zich dan af: touwtje trekken, visjes vangen, een ritje
in de draaimolen en als klap op de vuurpijl iets uitkiezen bij de snoepkraam.
Favoriet bij hen is de kaneelstok, of, net als bij mij, een suikerspin.
Ik verwacht dat ik de komende jaren eens per jaar over de
kermis struin. We lopen ‘m eerst helemaal af om te zien welke attracties er
zijn en lopen dan via de gekozen attracties terug. De hele happening duurt niet
lang, want het is in het euro tijdperk een kostbare aangelegenheid. En toch
neem ik m’n kinderen ieder jaar even mee. Naar de kermis.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten